Ik spreek geregeld mensen die een gevoel van onveiligheid kennen. Niet altijd omdat ze zichtbaar gevaar lopen, maar vanuit een angst dat er niet voor hen gezorgd wordt. In onze maatschappij proberen we veiligheid te creëren door alles te verzekeren en vast te leggen, maar dat dekt nooit volledig de diepste behoefte van ons hart.
Wat we echt nodig hebben, is niet alleen fysieke zorg, maar ook emotionele aanwezigheid: het weten dat er iemand is die onvoorwaardelijk voor je kiest. Omdat we dat niet altijd ervaren, proberen we het zelf te bouwen. Voor een deel is dat soms wijs, maar vaak gaan we dan op eigen kracht ons leven zo inrichten dat we een surrogaat gevoel van veiligheid en steun krijgen. Toch blijft er diep vanbinnen schaarste.
God weet dat we uiteindelijk alleen bij Hem onvoorwaardelijke liefde vinden. In die liefde ligt alles wat we als mens nodig hebben: bescherming, voorziening, zorg, leiding. De woorden van Jezus in Mattheüs 6 zijn geschreven in de context van bezorgdheid, vlak nadat Hij over bidden en vasten heeft gesproken.
Zo vaak brengen we onze zorgen naar God, maar nemen we ze ook weer mee terug. Jezus nodigt ons uit om werkelijk naar zijn koninkrijk te kijken: “Ontdek mijn rijk, leer mijn waarden kennen, zoek en ontdek wie Ik ben.” Wanneer we dat doen, zien we de Koning van dit rijk en raken we onder de indruk van zijn macht en zijn liefde.
Door eerst zijn koninkrijk te zoeken en te leven naar zijn waardesysteem, ontdekken we dat we ons over niets zorgen hoeven te maken. Bij God zijn we werkelijk veilig. Hij is de Enige die een weg kan banen waar wij geen mogelijkheid zien.
Vasten is de uitgelezen tijd om onze blik op Hem en zijn koninkrijk te richten. Tijdens deze 21 dagen kunnen er momenten zijn waarop je denkt dat je het niet redt. Gebruik juist die momenten als kans om te verwachten dat Hij zal geven wat je nodig hebt.
Gebed
Heer, ik wil kijken naar U en uw koninkrijk ontdekken. Wilt U mij meer openbaren wie U bent en wat uw liefde inhoudt. Amen.
Wat er in je lichaam gebeurt
Rond dag drie begint je lichaam zich aan te passen. De eerste hongerprikkels nemen af en je energiebron verschuift. Soms voel je ineens kracht, soms juist traagheid. Dat proces weerspiegelt wat er geestelijk gebeurt: je leert niet langer teren op wat direct zichtbaar is, maar op de diepte van Gods voorziening.