Skip to main content
6 januari 2026

Van God houden

“Jezus zei tegen hem: U zult de Heere, uw God,
liefhebben met heel uw hart, met heel uw ziel en met heel uw verstand.
Dit is het eerste en het grote gebod.”

Mattheüs 22:37–38 (HSV)

In de wet riep God zijn volk op om van Hem te houden en Hem te eren voor wat Hij had gedaan. Het was het eerste en belangrijkste gebod dat Hij gaf. Nu gebeurt er vaak iets in ons hoofd als we het woord gebod horen. We voelen dat we iets moeten, en moeten gaat vaak buiten onze eigen wil om. We doen het omdat het verwacht wordt. Zo kunnen de woorden gebod en gehoorzamen onbewust weerstand oproepen als we aan God denken.

Ik heb de vraag wel eens gehoord: Waarom wil God dat we Hem aanbidden? Heeft Hij dat nodig? Nee, God heeft onze aanbidding niet nodig. God is in zichzelf – als Drie-eenheid – compleet in liefde. Maar Hij verlangt naar onze liefde. Hij wil de eeuwigheid met ons doorbrengen, maar dat kan alleen als we leven naar zijn waardesysteem, want dat beschermt ons.

Zijn gebod om Hem lief te hebben boven alles is daarmee ten diepste een uitnodiging om de weg te bewandelen waarvan Hij weet dat die leidt tot een eeuwig leven in zijn aanwezigheid. Ons ja tegen Jezus betekent dat wij vrijwillig kiezen om die weg te gaan. En die weg is niet gebaseerd op moeten gehoorzamen, maar op het hartsbesluit om te houden van degene die zijn leven voor ons heeft gegeven.

Jezus koos zelf om zijn leven te geven opdat wij vergeving van zonden konden ontvangen – de Vader heeft Hem daartoe niet verplicht. Zij wisten dat dit de enige manier was om hun geliefde mensen vrij te kopen. En nu heeft de Heilige Geest zich gegeven om in ons te wonen op aarde. God heeft zichzelf volledig gegeven voor ons.

Tijdens dit vasten mogen wij opnieuw stilstaan bij de bewuste keuze om ons eigen leven neer te leggen en God kenbaar te maken dat wij van Hem houden. Niet omdat het moet, maar omdat we het met heel ons hart, onze ziel en ons verstand wíllen.

Gebed

Heer, hier ben ik. Ik kies er opnieuw voor om van U te houden. U hebt alles van Uzelf gegeven; help mij om dat ook zo voor U te doen. Amen.

Wat er in je lichaam gebeurt

Na een dag of twee begint je lichaam te merken dat het minder voeding krijgt. De energie uit suikers raakt op, waardoor je je wat trager kunt voelen. Dit is een fase van overgave – je lichaam leert loslaten. Terwijl het zich aanpast, mag ook jouw hart zich openen om dieper te ervaren wat het betekent om van God te houden met alles wat je bent.