Skip to main content
10 januari 2026

Ik wil U kennen

“Wie Uw Naam kennen, zullen op U vertrouwen,
omdat U, HEERE, niet hebt verlaten wie U zoeken.”

Psalm 9:11 (HSV)

Wij zijn als Nederlanders een rationeel volk. We willen met ons verstand begrijpen en bewijzen. Wanneer we lezen over God kennen, raken we snel op het spoor van weten over God: we lezen over Hem, praten over Hem, discussiëren over wie de juiste leer heeft. Maar dat is niet het kennen waar de Bijbel over spreekt.

Het woord dat hier in het Hebreeuws gebruikt wordt, is yada: ontdekken, leren kennen door ervaring. Datzelfde woord wordt in Genesis 4:1 gebruikt: “En Adam kende Eva.” Dat is een diep, persoonlijk kennen – niet verstandelijk, maar ervaringsgericht, met heel je wezen.

Als ik geen gesprekken met mijn man voer, niets deel, niets samen met hem beleef, dan ken ik hem niet werkelijk. En kun je niet spreken van een diepe relatie. Zo is het ook met God. Werkelijk kennen ontstaat door spreken over wat je bezighoudt, luisteren en samen optrekken.

God verlangt ernaar om gekend te worden. De psalm laat zien dat als we Hem oprecht zoeken, we Hem ook zullen vinden – en daardoor leren vertrouwen. Neem tijdens het vasten tijd om zijn Woord te lezen met de verwachting: Heer, wilt U mij onderwijzen? Spreek met Hem, luister naar zijn zachte stem, en verwacht dat Hij reageert. En let op de beweging die Hij geeft als antwoord op onze gebeden.

Gebed

Heer, ik wil U kennen, U ondervinden. Niet alleen met mijn hoofd, maar met mijn hele hart weten wie U bent, opdat mijn liefde voor U zal toenemen. Amen.

Wat er in je lichaam gebeurt

Tegen de zesde dag is je lichaam gewend aan het ritme van minder eten. De spijsvertering is tot rust gekomen, en veel mensen ervaren een bijzondere innerlijke stilte. Je voelt je lichamelijke grenzen, maar ook een verrassende helderheid. Die lichamelijke rust maakt je geest ontvankelijker – de honger van het lichaam wordt een honger naar God.