Ons leven hier op aarde als kind van God heeft twee werkelijkheden. In Johannes 15 lezen we dat we niet van deze wereld zijn – maar we zijn er wel in. Efeze 2 leert dat we in Christus gezet zijn in de hemelse gewesten, terwijl we nog op aarde leven.
Door te vasten oefenen we onze geest om te zien wat God doet, terwijl ons lichaam soms hongerig knort. We oefenen onze geestelijke ogen om te zien wat Hij aan het doen is – in ons en door ons heen.
Wat mij altijd raakt, is de uitdrukking “een allesovertreffend eeuwig gewicht van heerlijkheid.” Het betekent: alles wat en wie Jezus is in jou, heeft eeuwigheidswaarde. Alles wat op Hem lijkt, gaat nooit verloren.
Dat leert me om, te midden van aardse omstandigheden die effect hebben op mijn ziel en lichaam, te vragen: “Heer, wat wilt U mij nu leren? Waar beweegt U, zodat ik U kan volgen?”
Gebed
Heer, open mijn geestelijke ogen. Geef me onderscheid om te zien wat U doet door de omstandigheden van mijn leven heen. Help me de moed niet te verliezen wanneer het zwaar is, en vernieuw mijn innerlijke mens elke dag. Ik verlang ernaar bezig te zijn met de dingen die eeuwigheidswaarde hebben. Amen.
Wat er in je lichaam gebeurt
Rond de zeventiende dag is het lichaam op een stabiel punt van zuiverheid. Veel mensen ervaren een opmerkelijke helderheid van geest – alsof de mist optrekt. De verbranding is efficiënt, de energie constant. Dit weerspiegelt de geestelijke waarheid: het zicht op de onzichtbare werkelijkheid wordt scherper wanneer het aardse minder zwaar weegt.
Ga je weer eten? Lees dan deze belangrijke informatie!