“Zo roep ik, de gevangene in de Heere, u op tot een wandel
die de roeping waarmee u geroepen bent waardig is, in alle nederigheid en zachtmoedigheid, met geduld, door elkaar in liefde te verdragen,
en u te beijveren om de eenheid van de Geest te bewaren
door de band van de vrede: één lichaam en één Geest…”